Tagarchief: oververmoeid

Acceptatie

Het is gek wat er van je overblijft als je door vermoeidheid weinig meer kunt. De dagen voelen bij het opstaan te lang om te overbruggen, maar bij het slapengaan te kort en onproductief. De ‘had ik maars’ vliegen dan voorbij, de ‘kon ik maars’ komen tevoorschijn. En ergens tussenin gloeit een smeulend hoopje acceptatie. Het ‘ach ja, het is nou eenmaal zoals het is’ met bijbehorende, gelaten zucht.

Maar als ik dan de volgende morgen de resten van een energieloze dag bij licht bekijk, wordt de onmacht me soms teveel. De wasmanden puilen uit met vieze en schone was. De kasten zijn juist leeg. Het aanrecht staat nog vol met vuile vaat en het speelgoed is maar half-half opgeruimd. De vloer moet hoognodig gezogen worden en met een geoefende blik ontwijk ik alle andere oneffenheden zoals vieze ramen, stof in de vensterbank en meubels die scheef staan.

Ik neem me voor om in ieder geval één van de probleemgebieden aan te pakken, maar ben blij als het me gelukt is om de hoognodige zorg aan de kinderen te geven. En dan plof ik maar weer op de bank. Of in bed als het me gegund is.

Het is even niet helemaal wat ik me ervan had voorgesteld, het leven. Of beter, het is even helemaal niet wat ik me ervan had voorgesteld.

Ach ja, het is nou eenmaal zoals het is. Zucht.

Advertenties

8 reacties

Opgeslagen onder Intussen wil het even niet zo

Verder waar ik gebleven was

Ruim een maand terug schreef ik het al: het gaat even niet meer. En het gaat nog steeds even niet meer. De vermoeidheid wordt minder heftig, maar zit er nog steeds en beperkt me in de normale, dagelijkse dingen. Ik weet niet meer hoe lang het inmiddels geleden is dat ik zelf boodschappen ging doen, dat doet Thijs tegenwoordig meestal. En de was ook. En het huishouden. Hij doet het allemaal, want bij mij komt er niets meer uit mijn handen. Ik doe alleen de noodzakelijke dingen: Tom uit school halen, Emma verschonen, broodjes smeren. Dat soort dingen. En heel af en toe doe ik iets meer, dan leeg ik de vaatwasser. Of haal ik een doekje over de tafel. En heel soms doe ik het allebei, om daarna helemaal niets te doen.

Vandaag speelt er voor het eerst weer eens een vriendinnetje van Tom bij ons. Gelukkig spelen ze lekker samen en heb ik er geen omkijken naar, daar heb ik de puf niet meer voor. De vermoeidheid zit in mijn hoofd, mijn armen en mijn benen. Heel soms lijkt het even weg, maar als ik dan gebruik maak van de energie, komt het meteen weer terug. Genadeloos en erger.

Ik laat het maar gebeuren en de dagen gaan voorbij. Soms huil ik erom, maar meestal ploeter ik door. De ene voet voor de andere. Er is ook een lichtpuntje: dankzij jarenlange ervaring weet ik dat ik vooral niet op de bank moet blijven hangen en dat doe ik dus ook niet. Ik ga naar buiten, maak soms zelfs afspraken. Probeer leuke dingen te doen, al zijn ze meestal niet zo leuk als normaal.

Ondertussen probeer ik de kinderen te ontlasten. Me niet te vaak te irriteren, maar vooral ook de leuke kanten te blijven zien. De ene dag gaat beter dan de andere. Afgelopen zondag was wat dat betreft een dieptepunt. Thijs en ik bespraken of ik mee zou gaan naar een verjaardag die middag. Halverwege ons gesprek breekt Fleur in: “Als je moe bent, hoef je niet mee hoor mama, dat geeft niks.” Wat voel ik me schuldig als mijn bijna-kleuter me dat met grote ogen vertelt. Omdat ik niet wil dat de kinderen zich zorgen maken om hun moeder. Dat is namelijk helemaal nergens voor nodig.

 

4 reacties

Opgeslagen onder Intussen gaat het leven door