Categorie archief: Intussen wil het even niet zo

Helemaal niets meer

telefoontje

Als dan ineens het telefoontje komt waarop je al bijna een week wacht. De verlossing na het lange wachten: “Oma is zojuist rustig overleden’. Dan is er ineens even helemaal niets meer. Geen verdriet, want iedere avond kwam de slaap met de gedachte dat dit haar laatste dag weleens geweest zou kunnen zijn. Maar ook niet de verwachte opluchting, omdat het voor haar eindelijk voorbij is. Nee, het voelt nergens naar, het dringt niet door. Er is een niets ontstaan dat nergens aan voldoet.

Verstandelijk is het nog steeds beter zo. Ze werd 89 en de laatste jaren vielen haar zwaar. Door een hersenbloeding kon ze niet meer waar ze van hield. Breien ging niet meer met haar handen die niet wilden. Lezen niet omdat de letters te klein werden, zelfs die van de ‘grootletter’boeken. Ze wachtte iedere dag op bezoek in haar kamer in het verzorgingstehuis, want zelf kon ze niet meer op pad. De zelfstandige, struise vrouw was afhankelijk van anderen om haar eigen tijd door te kunnen brengen. Niets voor haar, al ploeterde ze zich er dapper door heen. Soms mopperde ze erover, maar nooit claimde ze haar dierbaren. Dankbaar als er bezoek kwam, zonder verwijten dat ‘het alweer zo lang geleden was’ dat je kwam.

Er komt nog een hersenbloeding. En nog één. En de laatste. Ze raakt in coma, je komt en neemt afscheid. Kust nog één keer haar wang die niet meer zacht en warm is, maar stug en vel-over-been. Eenmaal thuis verwacht je dezelfde dag nog dat telefoontje, maar het komt niet. De dag daarna ook niet. En daarna weer niet. Je houdt je adem in, staat stil alhoewel je gedachteloos alle handelingen doet die nou eenmaal moeten. Tot dan dat telefoontje wel komt. Misschien zou je het liefst nog wel willen dat het er nog niet was geweest, ook al verwachtte je het al lang. Liever nog zou het leven gewoon maar nog wat langer door gegaan zijn, beter of niet. Want oma is oma en die was er altijd, maar nu niet meer.

Dag lieve oma, geniet maar van het oneindige, de pijn en de onmacht zijn weg. Doe opa de groetjes, hem mis ik ook. En als het eenmaal zover is, dat ik net als u de oversteek maak (hopelijk pas over hele lange tijd, u zult wel begrijpen dat ik graag ook nog even bij Thijs blijf, en de kinderen, ze zijn nog zo klein), dan kom ik graag weer bij u op bezoek. Zet u de koffie vast klaar?

Advertenties

8 reacties

Opgeslagen onder Intussen gaat het leven door, Intussen wil het even niet zo

Winterslaap

Heel lang heb ik mijn burn-out een beetje verborgen gehouden voor de buitenwereld. Ik had niet zo’n zin in allemaal meelevende blikken van mensen die ik maar vaag ken. De mensen dicht om me heen vertelde ik het natuurlijk wel, voor hen is het soms al lastig om te begrijpen hoe het met me gaat. En zij kennen me dan nog goed.

Tot een tijdje terug ging het zo prima, maar op een gegeven moment liep ik een beetje klem. Kwam regelmatig niet opdagen bij een project waarbij ik betrokken ben. Eerst schoof ik het nog af op een griepje. Toen op ‘al een afspraak op die dag’ en daarna vond ik dat het misschien toch even moest uitleggen. Dat deed ik beknopt.

Afgelopen zondag zag ik die mensen weer voor het eerst. En daar kwamen de opmerkingen. “Ik probeer er ook altijd heel goed op te letten dat ik niet teveel doe, want die grens is maar dun.”, vertelde de één me. “Bedankt,” dacht ik, ” eigenlijk zeg je nu dus dat ik het aan mezelf te danken heb.” De volgende wilde Tom wel een dagje ophalen, want ze kon zich voorstellen dat ik mijn handen vol had aan mijn zoon.  “Hoezo, vind je hem druk dan? “, dacht ik geïrriteerd. Overigens komt ze morgen toch, ik liet over me heen lopen. Ik hoefde ook niet mee te doen met een spel, want ‘we moeten er heel veel bij rennen’.  Alsof ik ineens invalide ben.

Halverwege de ochtend stond het huilen me nader dan het lachen. Het liefst was ik in een hoekje gaan zitten en daar niet meer uit gekomen. Of wilde ik heel hard gaan schreeuwen: “HET IS NIET MIJN EIGEN SCHULD! IK BEN NIET ZWAK! IK WORD NIET MOE VAN BEWEGEN, MIJN HOOFD IS MOE! BEPAAL NIET ALLES VOOR ME, MAAR VRAAG ME WAT HELPT!” Dat soort dingen. Ik deed het allebei niet, sleepte me door de ochtend heen en kwam uitgeput weer thuis. De rest van de dag was ik niets meer waard.

Ik realiseer me dat het dubbel is. Aan de ene kant irriteerde ik me er regelmatig aan dat het blijkbaar niet veel mensen kan schelen hoe het nou echt met me gaat. Maar aan de andere kant hielp het met niets dat mensen op hun onhandige manier betrokken wilden zijn. Het was niet vanuit verkeerde bedoelingen, maar het werkte niet. En ineens vond ik het heel wijs van mezelf dat ik mijn burn-out niet zo aan de grote klok gehangen had. Jammer alleen dat ik me heel eventjes niet aan die wijsheid had gehouden en dat niet meer terug kan draaien. Ik zie er nu alweer tegenop om die mensen weer onder ogen te komen. Misschien is een winterslaap zo gek nog niet.

 

11 reacties

Opgeslagen onder Intussen gaat het leven door, Intussen wil het even niet zo