Afschuwelijk

Ik was even helemaal stil gevallen. Mijn hoofd draaide overuren, maar het kwam er niet uit. Vorige week zondag gebeurde het afschuwelijke wat soms bij een flat kan gebeuren: er sprong iemand naar beneden. Het gebeurde vlak voor ik thuiskwam met de kinderen en in eerste instantie hadden we niets door. Toen we richting de deur liepen, kwam er een ambulance met sirenes aan. De wagen stopte voor onze ingang en reed toen toch weer, zonder sirenes, aarzelend verder. Ik vond het vreemd, maar meer ook niet.

In de hal klampte een blonde vrouw me aan. “Oh, ik kan niet bellen, kun jij alsjeblieft voor me bellen? Ik moet de huismeester waarschuwen. Oh, wat erg, wat erg.” Met trillende handen stopte ze me haar mobiel toe. Ik pakte de telefoon aan en vroeg: “Wat is er gebeurd?” “Nee, dat kan ik niet zeggen, niet met je kinderen bij. Het is te erg. Oh, laat ze niet naar buiten kijken, laat ze niet naar buiten kijken. Niet kijken hoor.” Een beetje in de war – ik had buiten namelijk niets gezien- probeerde ik de telefoon te begrijpen en ondertussen de vrouw te kalmeren. Het lukte geen van beiden.
De vrouw bleef maar trillen en ijsbeerde door de hal terwijl ze maar bleef herhalen dat we niet naar buiten moesten kijken. De kinderen speelden tikkertje. Ik had eindelijk gevonden waar het toetsenbord van haar telefoon opgeroepen kon worden. Toen de kinderen de hoek omliepen in de hal, boog de vrouw zich naar me toe: “Mijn zus is gesprongen”, fluisterde ze, “ze was ziek!” Op hetzelfde moment kwam de politie en het ambulance-personeel binnen. “Wat erg, kan ik wat voor je doen of wil je nu naar boven”, vroeg ik haar. “Ik ga naar boven”, zei ze terwijl ze de telefoon weer aanpakte en met de hulpdiensten naar boven liep. Ineens was de hal weer leeg.

Een beetje verdwaasd verzamelde ik de kinderen en stapte in de lift. Op de inpandige galerij van onze verdieping zag ik buren naar buiten kijken door de ramen. ‘Okay’, flitste door mijn hoofd, ‘wat daar ook te zien is, de kinderen mogen niet kijken.’ En dus instrueerde ik ze om aan de andere kant van de galerij te lopen omdat er een ongeluk was gebeurd. Ondertussen probeerde ik zo goed en zo kwaad als het ging de blikken van mijn buren te vermijden. ‘Geen gesprekken nu’, dacht ik, ‘niet met de kinderen erbij.’ Één van de buren probeerde het toch even: “Nou, die zal wel…” “Houd je mond!” onderbrak ik haar en liep zonder nog op of om te kijken door. Die kinderen moesten veilig thuiskomen, meer deed er niet toe. Vanuit mijn ooghoeken zag ik activiteit op het dak van de onderliggende bergingen. Toen pas begreep ik waarom we niets hadden gezien, de vrouw was daarop terecht gekomen en niet op straat.

Eenmaal thuis lichtte ik Thijs in en samen praatten we met de kinderen. Over een ongeluk. En dat die mevrouw in de hal daarom zo moest huilen. In hun taal probeerden we eerlijk te zijn en hen tegelijkertijd gerust te stellen. Wat heeft een vier-jarige eraan om te weten dat iemand zelf sprong? Ons leek het niet nodig om dat uit te leggen. Maar we wilden ook niet ontkennen dat er iets was gebeurd. Na een tijdje praten gingen de kinderen weer spelen. Over tot de orde van de dag.

Voor mij duurde dat wat langer. De eerste dagen had ik het gevoel dat er ieder moment weer iemand kon springen. Geluiden op de omringende balkons maakten me alert: gaat het wel goed daar? Voorbijrijdende ambulances (en dat zijn er nogal wat, we wonen heel dicht bij een ziekenhuis) keek ik argwanend na tot ik zeker wist dat ze niet onze afslag moesten hebben. Dat gold niet alleen voor mij, ook voor de buren. De eerste dagen was iedereen bedrukt, somber. Uit op een praatje ook, al hield ik dat af met de kinderen bij me. Mijn eerste prioriteit lag bij hen.

Nu, anderhalve week verder, slijt het gevoel langzaam weer. Je kunt niet continu op je hoede zijn, bang voor herhaling bij je eigen huis. Je huis moet weer veilig worden, zoals het daarvoor ook was. En dat wordt het ook wel weer. Maar ook weer niet. Want zoals alles is dit een deel van mij geworden, van mijn leven, van mijn herinneringen. Maar boven alles zal ik nooit meer de heftigheid van de emoties van de blonde vrouw vergeten. Want haar zus sprong uit haar huis. En daar wordt ze iedere dag mee geconfronteerd, of ze nou wil of niet.

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Intussen gaat het leven door

6 Reacties op “Afschuwelijk

  1. Jet

    Oh wat verschrikkelijk erg! Die allesoverheersende emotie van die vrouw, dat vergeet je idd nooit meer. Wat moet haar zus wanhopig zijn geweest…
    Ik hoop dat je je toch weer veilig gaat voelen, want als je je niet veilig kunt voelen in je eigen huis… waar dan wel?

  2. Dat zijn nare zaken ja. Ik werk in een achterstandswijk met de hoogste flats van de buurt en hier is het helaas schering en inslag. Gelukkig heb ik het nooit gezien. Lijkt me vreselijk. Sterkte jij!

  3. Meisje, wat erg!
    Ik vind het geweldig van je hoe je met de kinderen handelde.

    En wat springers betreft…………………….. de HHH weet er alles van.
    Stond zelf ooit ook zo hoog.

    • Dat met de kinderen was dus echt oer-gevoel, valt niet meer van te maken…

      Wat vreselijk dat je weet hoe het is om zo hopeloos te zijn… gelukkig kun je het nog navertellen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s