Donderdag – Woordenstroom

Zondagsnieuws

Het is precies half één als Mylene haar auto laat stoppen voor de oprit van het huis van haar ouders. Het hek is nog gesloten en ze stapt uit om het te openen. Vanaf het huis komt haar vader al tegemoet en ze zwaait naar hem. Hij zwaait terug. “Wacht maar, Leentje, ik doe het hek wel voor je open”, roept hij haar toe.
“Nee, hoeft niet. Het lukt me wel”, roept ze terug.
Mylene weet dat haar vader een hekel aan heeft als ze zich zo onafhankelijk opstelt, maar ze vindt het echt onnodig om werkeloos te gaan staan wachten tot haar vader het hek voor haar opent. Met een snelle beweging haalt ze de grendel van het hek en zwaait ze de eerste deur al open. Als ze halverwege is met de tweede is haar vader ook aangekomen en legt hij zijn handen op het hekwerk.
“Kom, kleintje, dat is geen vrouwenwerk”, bromt hij terwijl hij het van haar overneemt. En als hij klaar is geeft hij haar een dikke knuffel: “Dag lieverdje. Wat fijn dat je er bent. Alexander is er nog niet, maar hij zal zo ook wel arriveren denk ik.”
Mylene maakt zich los uit de omhelzing “Prima, dan ga ik alvast mijn auto binnen zetten.” Landerig van het warme weer en de lange autorit loopt ze terug naar de auto. Haar vader loopt weer terug naar het huis. Terwijl ze haar tas van de achterbank pakt, hoort ze een auto de oprit oprijden. Alexander.
Met een brede lach stapt hij uit zijn auto en loopt op haar af. “Ha zussie! Hoe is het met je? Ook zo’n zin in de zondagslunch?” Halverwege zijn woorden omhelst hij haar. Mylene knikt: “Ja, kom, laten we naar binnen gaan. Mam zit vast al op ons te wachten aan een gedekte tafel.” Alexander en Mylene lachen om die laatste opmerking en zo lopen ze de hal binnen. In de deuropening naar de eetkamer staat hun moeder al te wachten.
“Dag kinderen! Wat fijn dat jullie op zo’n korte termijn nog tijd vrij konden maken. Kom binnen!” Liefdevol, maar zoals altijd ook een beetje afstandelijk worden Mylene en Alexander door hun moeder begroet.

Mylenes vader komt ook binnen en zodra ze zitten wendt hij zicht tot zijn zoon: “Zo, Alexander, wat heb jij de laatste tijd allemaal gedaan?”, vraagt hij quasi nonchalant terwijl hij zijn zoon aankijkt. Mylene weet wat er nu gaat komen: Alexander zal zichzelf op de borst slaan en al zijn successen de revue laten passeren. Ze glimlacht naar haar moeder, die hetzelfde lijkt te denken en zegt dan: “Je hebt een prachtig mantelpakje aan, mam. Heb je het nieuw?” Haar moeder glimlacht. “Ja, dank je Mylene. Vind je het niet schattig? En jij, heb jij laatst nog wat leuks gekocht?” Haar moeder kijkt haar stralend aan. Mylene lacht, schudt haar hoofd.
“Nee mam, niets bijzonders. Gewoon, de normale spullen. Broeken, shirts, dat is het wel zo’n beetje. Met mijn salaris kan ik me ook niet veel meer veroorloven.” Ze ziet hoe haar moeder haar misprijzen probeert te verbergen.
“Nee, dat is ook zo. Nou ja, je doet goed werk, dat is ook belangrijk, hè?”
Mylene knikt beamend. “Daarover gesproken mam, hoe is het op jouw werk?”
“Oh.” Het is even stil. “Wel goed hoor, liefje.”
Wel goed? Is dat alles wat haar moeder erover te zeggen heeft? Haar moeder is altijd gek geweest op haar werk en praat er normaal gesproken vol passie over.
“Hoezo, wel goed? Heb je niets leuks te vertellen?” Mylene schenkt ondertussen een glas sap in voor zichzelf en ziet niet hoe haar moeder haar handen naar haar ogen brengt. Als Mylene opkijkt, ziet ze hoe haar moeder een paar tranen probeert weg te slikken.
“Mam?” Mylene’s moeder reageert niet. “Mam, wat is er?”
“Eh… we moeten praten.” De stem van haar moeder klinkt beverig. Dan pakt ze een lepeltje en tikt zachtjes tegen haar glas. “Mag ik een moment stilte? Ik heb een mededeling te doen.”

Alexander en hun vader stoppen met praten. Alexander kijkt verbaasd op, maar hun vader knikt haar bemoedigend toe. Voor het eerst ziet Mylene de groeven in het gezicht van haar vader. Zijn ogen lijken verdrietig. Dan kijkt ze weer naar haar moeder. Ze is gaan staan en haalt diep adem.
“Afgelopen week is er veel gebeurd en je vader en ik hebben veel tijd nodig gehad om met elkaar te praten. Gisteren beseften we dat we jullie ook op de hoogte moesten stellen en daarom heb ik jullie gebeld. Goed, laat ik bij het begin beginnen.
Vorige week zondag stond er iemand aan de deur. Een jongedame, een paar jaar ouder dan jullie. Ze wilde met ons praten. Eerst wilde ik haar niet binnenlaten, maar het was belangrijk zei ze en daarom heb ik toch naar haar geluisterd. Ze vertelde over haar leven, had foto’s mee. Van haar ouders, haar kinderen, haar man…. ze vertelde over haar passies, haar werk, haar verdriet. En ze vertelde dat haar ouders niet haar echte ouders waren. Dat ze was geadopteerd.”
Mylene’s moeder stopt even en zucht. Iedereen kijkt naar haar en Mylene’s vader heeft ondertussen haar hand vastgepakt en knijpt er bemoedigend in. Hij knipoogt naar zijn vrouw als ze even naar hem kijkt.
“Nou ja, goed. Ze bleek…. ze dacht dat ze…. dat ze mijn dochter was.”
“Wat?” Alexander staat op en kijkt zijn moeder ongelovig aan. “Hoe kon ze dat nou toch weer denken? Je hebt haar toch wel meteen buiten de deur gezet?”
Mylene onderbreekt hem. “Stil, Alex, luister nou even naar mama. Je weet nog helemaal niet wat er aan de hand is.”
“Nee,” antwoordt haar moeder, “ik heb haar niet buiten de deur gezet. Het is namelijk waar. Ze is mijn dochter.”
Alexander kijkt met open mond naar zijn moeder en Mylene heeft haar hand voor haar mond geslagen. “Maar… hoe kan dat? Wat is er gebeurd? Waarom heb je er nooit over gesproken?” De woorden komen fluisterend over Mylenes lippen, haast onverstaanbaar.
Haar moeder slaat haar ogen neer“Ik heb een vriendje gehad voor ik je vader leerde kennen. En.. nou ja… ik raakte in verwachting. Ik was ten einde raad toen ik erachter kwam en heb eerst geprobeerd het te verdringen. Maar ja, mijn buik werd steeds dikker en ik had geen andere keus dan het aan mijn ouders te vertellen.” Stilte. Mylenes moeder speelt met haar glas en durft niet op te kijken. Er loopt een traan over haar wang. “Nou… die waren natuurlijk niet blij en zeker niet toen duidelijk werd dat ik al te ver was voor een abortus. Het kind moest dus geboren worden. Mijn ouders wilden dat ik het kindje zou weggeven, maar dat wilde ik niet. Ik voelde het kindje steeds vaker bewegen en wist dat ik van het kindje hield. Intussen was de vader van het kindje verdwenen. Hij kon niet voor een baby zorgen, zei hij, en is zonder pardon uit mijn leven vertrokken. Toen ik bijna aan het einde van mijn zwangerschap kwam, moest ik voor controle naar het ziekenhuis. Er werden me wat papieren voorgehouden die ik moest tekenen voor het onderzoek en dat deed ik, zonder ze te lezen. Toen ik uit de narcose kwam, bleek mijn buik leeg en de baby weg. Ik heb gehuild, gekrijst. Maar ik kreeg mijn baby niet terug, ik had het immers zelf afgestaan werd me gezegd. Daar bleken de papieren voor te zijn geweest, niet voor het onderzoek. Tja, zo ging dat in die tijd en dus was ik mijn kindje kwijt. Nadat ik weer thuiskwam, is er geen woord meer over gesproken en ik ben maar gaan studeren.” Het is weer even stil. Niemand durft iets te zeggen en Mylenes moeder begint luid te snikken. “Oh, mijn kindje! Ik was mijn baby kwijt!” Met luide uithalen komen de woorden eruit en Mylene en Alexander zitten bevroren op hun stoelen. Nooit eerder hebben ze hun moeder zo geëmotioneerd gezien en ze weten niet zo goed wat ze moeten doen.
Mylenes vader geeft zijn vrouw een zakdoekje en ze dept haar ogen en snuit haar neus. “Maar goed, afgelopen week was ze hier en ze is zo mooi, zo lief! Ik weet dat het veel is om te verwerken voor jullie, maar jullie hebben een halfzus en ze wil jullie graag ontmoeten. Willen jullie…… zouden jullie dat willen doen?” Hoopvol kijkt ze haar kinderen aan.
Mylene heeft tranen in haar ogen. Ze heeft geen idee hoe ze verder moet . Maar dan loopt ze naar haar moeder toe en pakt haar hand. “Ja, ik wil haar graag zien”, zegt ze zachtjes. De ogen richten zich op Alexander. Hij is wit weggetrokken en duidelijk aangedaan. Hij knikt, meer kan hij niet opbrengen. “Het spijt me schatten, het spijt me zo”, is alles wat Mylenes moeder nog kan uitbrengen. “Dank jullie wel, dat jullie dat voor mij willen doen.” Ze snuit haar neus.
“Kom, laten we verder eten”, zegt Mylenes vader. “ Even alles laten bezinken. Jullie zullen nog wel vragen hebben en die mogen jullie stellen. Maar laten we eerst nog even wat eten.” Zijn woorden klinken kalm en overwogen. Iedereen doet wat hij zegt. Er is nog genoeg tijd om met elkaar verder te praten, maar nu is het stil. Er is zoveel om over na te denken.

onderwerp : landerig, hekwerk, verbergen
volgende week : verlaten, zandstorm, verbolgen

Wil je meedoen? Dat kan. Gebruik de drie woorden voor volgende week in een verhaal van 750 tot 1500 woorden. Als je het verhaal op je blog wilt plaatsen, vraag ik je te wachten tot donderdag 16 juni. Verder ben je nergens aan gebonden. Je hoeft niet door te linken naar mijn blog, ik ga niemand beoordelen. Ik ben deze schrijfopdracht begonnen om mezelf te inspireren en vind het leuk als dat ook weer anderen inspireert. Als je het leuk vindt, kun je in de reacties natuurlijk altijd een link naar je eigen verhaal plaatsen zodat anderen je weten te vinden. En als ik een verhaal tegenkom dat ik zou willen delen, zal ik je misschien wel vragen of ik het ook hier mag plaatsen (met naamsvermelding natuurlijk). Ik ben benieuwd!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Donderdag - Woordenstroom

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s