Donderdag – Woordenstroom

Zomerfeest op de brug

Het krioelde van drukte op de brug over de brede rivier. Er stonden kleurige kraampjes met allerlei koopwaar en de marktlui prijsden hun waar luid aan. “Verse vis! Verse vis, beste mensen! Voor een prikkie!” en “Sla uw slag vandaag! Prrrrachtige blommen, vijf bossen voor een euro! Één euro maar, sla uw slag!” Mensen lachten en praatten met elkaar, halverwege stond een zigeunertrio muziek te maken. Er stonden wat mensen omheen, heupwiegend dansend op de vrolijke muziek. Op de bankjes die aan weerszijden van de brug stonden, zaten mensen te genieten van de warme zon. Sommigen nuttigden geurige etenswaren, meegenomen van huis of gekocht bij één van de vele eetkraampjes. Kinderen renden gillend rond, speelden tikkertje en verstoppertje.

Laetitia stond naar het tafereel te kijken dat zich voor haar ogen afspeelde. Zoals ieder jaar genoot ze van het Zomerfeest dat uitbundig gevierd werd op de stadsbrug. De kleuren, de geuren, de muziek en het gezellige rumoer maakten de brug zo levendig en prachtig, het voelde haast als bedrog, zo’n tegenstelling vormde het tafereel met de kilte die de brug op gewone dagen leek uit te stralen. Ze tuurde naar de mensen en kneep daarbij met haar ogen tegen de zon die steeds feller werd. Ze zocht de menigte af, op zoek naar bekende gezichten. Zou Sergio er al zijn met zijn kinderen? En Lucia en Marcus? Ze zag ze nog niet. Langzaam begon ze richting de brug te lopen. Ze voelde hoe een licht briesje haar lange haren liet wapperen, ze kreeg een beetje kippenvel. De dunne, zilveren armbanden om haar arm rinkelden toen ze met een vlugge beweging wat dunne haartjes uit haar gezicht streek en achter haar oren duwde. Vanaf hier kon ze de zigeunermuziek al horen en ze kreeg zin om mee te dansen. Met ritmische stappen bewoog ze zich sierlijk verder, ondertussen nog steeds uitkijkend naar haar vrienden.

Al haar hele leven kwam ze naar de brug als het Zomerfeest gevierd werd. Eerst, als klein meisje, met haar ouders, ooms, tantes, broers en zussen, neefjes en nichtjes. En later met haar eigen vrienden. Er waren herinneringen aan dit feest verbonden. Het jaar waarin haar zusje Mella een longontsteking had gekregen en zelfs in het ziekenhuis was beland. Het jaar waarin haar moeder die afschuwelijke, paarse jurk droeg en Laetitia zich verschool voor schoolvriendjes in de hoop dat ze niet zouden zien dat het háár moeder was. Het jaar waarin haar vader nors en ongeduldig was vanwege ‘spanningen op zijn werk’. Pas jaren later begreep ze wat de betekenis daarvan was geweest en waarom hij nooit meer de spontane, vrolijke vader van voor die tijd was geworden. Vorig jaar was het jaar van de zomerregen geweest, de hele dag van het Zomerfeest had het zachtjes geregend. Voor zover ze zich kon herinneren was dat nooit eerder gebeurd.

Inmiddels liep Laetitia tussen de mensenmenigte, ze zoog het tafereel in zich op. De lichtval, de muziek, de vrolijke stemmen, de lachende kinderen, de kleurrijke kraampjes, alles zo bekend maar toch ieder jaar weer net een beetje anders. Eindelijk zag ze Sergio, hij stond met zijn rug naar haar toe bij de reling van de brug en at een broodje. Ze liep op hem af en porde hem in zijn zij.

“Is het lekker?” Ze omhelsde hem stevig. “Wat goed je te zien! Waar zijn de kinderen?”

Sergio wees ergens achter haar, maar ze kon ze zo snel niet ontdekken.

“Heb je Lucia en Marcus nog niet gezien?”

Sergio lachte zijn tanden bloot. “Wat een vragen Laety, wat een vragen allemaal! Geniet nou toch eens van de lekkere zon en vier eens feest, daarvoor zijn we hier.” Hij gebaarde om zich heen en gaf haar een dikke knuffel. “Fijn dat je er bent, Laety, heel fijn. Kom, we gaan eens kijken wat die stuiterballen van mij aan het doen zijn.”

Sergio en Laetitia liepen richting een kraampje waar een grote groep kinderen stond te kijken. Laetitia ontdekte al snel de gezichtjes van Lana en Julio in de kindermenigte. Ze stonden verrukt te kijken en Lana klapte zelfs in haar handjes. Laetitita volgde hun blikken om te zien wat hen zo boeide en zag hoe een paar poppen in een poppenkast een komisch verhaal speelden. Ze bleef staan kijken en klapte met de kinderen mee aan het einde van het verhaal. Toen de poppenspelers achter de kast vandaan kwamen, bleven haar handen in de lucht hangen. Ze klapte niet meer. Één van de spelers was haar vader. Ze had hem niet meer gezien sinds hij jaren geleden van de ene op de andere dag verdwenen was. Ze deed een stap achteruit, in verwarring, geschrokken. Ze keek om zich heen en zag Sergio’s verontrustende blik en voelde hoe hij haar hand vastpakte. Ze keek weer terug naar haar vader en zag dat hij haar ook had ontdekt. De kinderen die zojuist nog tussen hen hadden ingestaan waren inmiddels alweer verspreid, op zoek naar nieuw vermaak. Haar vader keek naar beneden, beschamend.

“Wat doet hij hier?”siste Laetitia kwaad tegen Sergio. “Hoe haalt hij het in zijn hoofd om hier nog te komen? Waar is hij geweest en waarom is hij nu ineens hier?”

Sergio schudde zijn hoofd. “Misschien moet je het hem vragen.”

“Hem vragen? Ik heb hem helemaal niets te vragen!” Laetitia schudde woedend haar haren naar achteren en wierp een vernietigende blik op haar vader. Daarna draaide ze zich om, ze wilde weg van hier. Weg van haar vader die na zoveel jaren ineens weer voor haar neus stond en alle haat die ze voor hem voelde naar boven bracht. Met snelle passen en ongeduldige handgebaren liep ze weg.

“Laety? Meisje, wacht op me, ik wil met je praten.” Ze herkende meteen de diepe stem van haar vader toen hij haar nariep. Maar ze wachtte niet en probeerde nog harder weg te lopen. Wat dacht hij wel? Dat hij zomaar al die jaren goed kon maken?

“Laety, lieffie! Wacht, ik weet dat ik je in de steek heb gelaten. Maar alsjeblieft, laat me met je praten!” De stem van haar vader klonk paniekerig. Zou ze naar hem moeten luisteren? En dan, welke verklaring zou kunnen goedmaken dat hij haar en haar moeder en broers en zusjes zomaar alleen had gelaten? Hard liep ze verder. Langs het trio dat nog steeds speelde, langs de viskraam, verder naar beneden. Plotseling dook haar vader vlak voor haar op. Zijn gezicht stond wanhopig. “Laety, liefje, praat met me!” Hij moest achteruit lopen om haar aan te kunnen kijken en zij liep gewoon door terwijl ze de andere kant op probeerde te kijken. Maar haar vader zag natuurlijk niet waar hij liep en daardoor struikelde hij over koopwaar die naast een kraam stonden uitgestald. Met een klap viel hij achterover, over een paar manden heen waarna hij op zijn rug eindigde. Zijn benen staken hulpeloos in de lucht. Één ogenblik twijfelde Laetitia, maar toen stopte ze toch om hem te helpen terwijl van alle kanten de mensen kwamen kijken wat er gebeurd was. Er ging geroezemoes door de menigte, ongetwijfeld hadden sommigen haar vader gekend. Laetitia bukte en boog zich over haar vader heen. Ze zag hoe oud hij in de tussentijd was geworden, zijn donkere ogen vulden zich met tranen. “Heb je je zeer gedaan?” vroeg ze een beetje onwillig. “Au. Nee, nee, dat geeft niet. Ik heb jou zeer gedaan en je moeder en je broers en zussen. Maar ik wilde niet. Écht niet. Ik hield van jullie, houd nog steeds van jullie. Maar ik kon het niet meer. Was bang geworden van wie ik zelf was geworden. Maar ieder jaar kwam ik hier als poppenspeler om te zien hoe het met jullie ging. Ik heb je zien opgroeien, al ben ik niet je vader geweest. Mag ik alsjeblieft met je praten?” Ondertussen krabbelde hij overeind en stofte zijn broek een beetje af terwijl hij een verontschuldigend gebaar maakte. Laetitia keek hem aan, nog steeds boos en verward. Ze twijfelde. Toen zuchtte ze. “Goed dan. Je mag praten. Maar niet hier en niet vandaag. Kom morgen rond lunchtijd maar terug naar de brug. Ik wil eerst de tijd hebben om na te denken.” Na die woorden liep ze weg en keek ze niet meer om. Ze hoopte maar dat haar vader haar morgen niet teleur zou stellen.

onderwerp : bedrog, zomerregen, stadsbrug

volgende week : verdriet, wolkenlucht, achterweg


Wil je meedoen? Dat kan. Gebruik de drie woorden voor volgende week in een verhaal van 750 tot 1500 woorden. Als je het verhaal op je blog wilt plaatsen, vraag ik je te wachten tot donderdag 21 april. Verder ben je nergens aan gebonden. Je hoeft niet door te linken naar mijn blog, ik ga niemand beoordelen. Ik ben deze schrijfopdracht begonnen om mezelf te inspireren en vind het leuk als dat ook weer anderen inspireert. Als je het leuk vindt, kun je in de reacties natuurlijk altijd een link naar je eigen verhaal plaatsen zodat anderen je weten te vinden. En als ik een verhaal tegenkom dat ik zou willen delen, zal ik je misschien wel vragen of ik het ook hier mag plaatsen (met naamsvermelding natuurlijk). Ik ben benieuwd!

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Donderdag - Woordenstroom

2 Reacties op “Donderdag – Woordenstroom

  1. Hi Judith. Ik had een reactie achtergelaten via mijn e-mail, maar ik kan het niet terugvinden op jouw blog. Wat vreemd. En ook mijn reactie over jouw afgelopen week is weg… Nu ben ik een enorme digibeet, dus ja…

    Wat ik had geschreven over “woordenstroom”.
    Met alle plezier zou ik mee willen doen,maar hoe begin ik aan zoiets? Volgens mij heb ik er de fantasie niet voor :-(. Sneu he? Ik heb al een tijdje naar je drie opgegeven woorden zitten staren, maar er komt gewoon niks bij me omhoog geborreld. Heb je een tip? (Please?)
    Fijne dagen met je gezin!
    Liefs

    • Ik zie je reacties ook niet ergens op mijn dashboard terug, gek… (enneh, digibeet? Ik wist niet eens dat je ook via de mail kunt reageren, haha!)

      Volgens mij hoef jij zeker niet bang te zijn voor een gebrek aan fantasie. Je kunt zo beeldend vertellen, dat een verhaal je ook moet lukken. Ik heb nog helemaal niet nagedacht over de komende week, maar wat je bijvoorbeeld zou kunnen doen is dit: Je neemt 1 van de woorden, bijvoorbeeld ‘ achterweg’ en dan bedenk je wat je ermee wilt doen. Je kunt het op een verrassende manier gebruiken, maar je kunt er ook voor kiezen om die achterweg als aanknopingspunt voor de omgeving te gebruiken, dat is misschien het handigste als je niet eerder een (kort) verhaal hebt geschreven.
      Bedenk bijvoorbeeld hoe die achterweg eruit ziet (lang en recht, slingerend met veel bomen aan weerszijden, geen huis in de buurt te bekennen of juist in de buurt van een dorp… dat soort dingen). En dan ga je van daaruit bedenken wat er dan op die achterweg gebeurt, met in je achterhoofd de andere twee woorden.
      En datzelfde kun je natuurlijk ook met 1 van de andere woorden doen.

      Helpt dat een beetje?
      groetjes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s