Slimme telefoon

Afgelopen zaterdag kreeg ik een nieuwe telefoon. Een smartphone, met internet en apps en alles erop en eraan. Mijn eerste. Omdat ik mobiel internet nog een beetje onzinnig vind, wilde ik geen internetbundel. Als ik thuis of op mijn werk ben, lees ik gewoon in op het draadloze netwerk en op straat doe ik wel even zonder.

Enfin. Helemaal blij pakte ik het ding uit en laadde ik het op. Zodra ik hem aandeed, schakelde ik braaf gebruik van mobiel internet uit en ging ik aan de slag. Ik downloadde wat apps, mailde wat heen en weer en speelde wat spelletjes. Leuk hoor. Maar toen. Toen zag ik dus tot mijn grote schrik dat mijn toestel toch weer mobiel internet had ingeschakeld. Ik schakelde het weer uit. En toen ging het weer aan. En dat gebeurde nog een paar keer. Dat was zaterdag.

Zondagochtend kreeg ik een sms’je van mijn provider. Dat ik al zoveel mobiel internet had gebruikt, dat ik beter kon overschakelen op onbeperkt. Ik checkte de instellingen en ja hoor, het vinkje voor gebruik van mobiel internet stond wéér aan. Ja, lekker is dat. Wíl ik helemaal geen mobiel internet, zet mijn telefoon dat toch steeds aan.

Inmiddels hebben we het ding zo gesaboteerd dat ie niet eens meer op mobiel internet kán, al zou ik het willen. Maar ja, die dure rekening voor nog geen 24 uur onwetendheid krijg ik natuurlijk gewoon gepresenteerd.

En als dat alles was. Nou ja, okay, dan zou ik er misschien nog wel om kunnen lachen. Maar nee, er is nog niets. Al sinds het eerste moment heeft het ding moeite met aan gaan. En dan lukt het alleen maar om uit de standby-functie te komen door op een bepaalde manier in het toestel te knijpen. Ja écht, ik verzin het niet. Moet ie natuurlijk weer terug voor reparatie. Bah.

Gelukkig heb ik nog een reserve-telefoon liggen die alleen maar kan bellen.

Niet hetzelfde

Langzamerhand kom ik erachter wie ik ben. Op 31-jarige leeftijd snap ik eindelijk dat ik niet hetzelfde hoef te zijn als mijn buurvrouw. Dat het oké is om af en toe te gaan zitten als ik merk dat het me even te veel is. Dat het prima is om niet altijd te willen opruimen en schoonmaken. Dat het beter bij mij past om de dag te structureren.

Het is niet lui, mijn manier van huishouden is niet verkeerd, mijn karakter is niet minder. Het is hooguit anders, maar dat is het in zekere zin bij iedereen, toch?

Ik heb besloten me niet meer te conformeren aan ‘hoe het moet’. Dat betekent niet dat ik heel dwars doe wat ik zelf wil. Nee, maar ik besef nu dat het geen nut heeft om te willen voldoen aan het ideaal. Want er is altijd iets wat daar niet aan voldoet, in ieder geval in mijn leven.

Het geeft niet dat mijn brein blijkbaar anders werkt dan dat van jou. Het geeft wel dat ik dat heel lang niet heb geaccepteerd. Ik ben wie ik ben en functioneer zoals ik functioneer. En nu wordt het tijd om daar blij mee te zijn.

Is het een olifant? Nee, het is een…

Mijn vakantie-project is klaar en jullie mogen nooit meer raden, want het was hartstikke fout. Het hád best een olifant kunnen worden, maar nee, daar houdt Tom helemaal niet van. Hij houdt van dino’s. En dus maakte ik speciaal voor hem een Triceratops. Verder maakte ik eerder al een bolletjes-sjaal voor Fleur. En afgelopen week kreeg ik een heleboel bolletjes felgekleurd katoen van de postbode. Ik word er helemaal vrolijk van en heb meteen zin in de lente! Later deze week zal ik foto’s plaatsen van het project waar ik nu mee bezig ben. In ieder geval wordt het iets met al die mooie kleurtjes.

Lieve eigenwijs

We gingen naar het zwembad. Tom voor het eerst met zijn B-diploma op zak en Fleur en Emma keurig met hun zwemvleugeltjes om. Knalroze, van Hello Kitty, want dat vinden ze leuk. We plonsden in het water, spetterden elkaar nat. Tussendoor aten we kaasstengels en krentenbollen en snackten we een zakje chippies weg.

En toen werd het tijd om naar huis te gaan. We zetten Fleur en Emma op de kant, Tom mocht nog heel even doorspelen. We pakten de opblaaskrokodil om die leeg te laten lopen. Fleur draalde een beetje en Emma stond boos naast me: ze wilde nog niet naar huis. Ik draaide me om en pakte iets op. Daarna draaide ik me terug. Het duurde nog geen seconde, maar ineens was kleine Emma helemaal nergens meer te bekennen.

We splitsten meteen op, al snel zag ik dat Emma echt niet in ons gedeelte van het bad kon zijn. Thijs kwam terug, hij zag haar ook nergens. We splitsten weer op en zochten verder. Maar we vonden haar niet. Ondertussen zette Fleur, die ik aan haar hand meesleurde, het op een huilen. Ik sprak een badjuf aan, zij gaf het door aan haar collega’s.

Wij zochten verder en ik irriteerde me een beetje omdat ik geen enkele badmeester of -juf in paniek zag rondrennen. Logisch, want zij bleven natuurlijk keurig op hun posten om het hele bad te kunnen overzien. Maar toch.

Een hele lange tijd -waarschijnlijk een halve minuut- later, zag ik Thijs weer. Met Emma op zijn arm. Ze was weggelopen omdat ze niet naar huis wilde. Zucht. Eigenwijs ding. Eigenwijs, lief, schattig, ongelooflijk eigenwijs ding.

Wat was ik blij toen we gewoon weer met ons vijfjes naar huis reden.

Uit met de pret


Precies tijdens mijn burn-out periode had ik de luxe beschikking over een auto voor de deur. Dat kwam goed uit, want daardoor kwam ik bij de dokter, kon ik de kinderen naar oppas brengen en kon ik zelfs weleens iets leuks doen.

Maar binnenkort is het uit met de pret, want we besloten gisteren dat we ons het ding niet meer kunnen veroorloven. We nemen de zakelijke auto van Thijs in de bijtelling (dat moet snel, want je betaalt voor het hele jaar, zelfs als je pas in juni privé zou gaan rijden) en verkopen onze zilvergrijze station. Fijn groot, te zwaar, te duur.

Voor zolang als het duurde was het fijn, maar de realiteit haalt ons in. Als gezin met jonge kinderen en een modaal inkomen, zijn wij voor de overheid een prima groep om op te bezuinigen. Helaas, maar begrijpelijk. Wij halen de broekriem dus maar wat strakker aan. En zijn blij met alle andere luxe die we nog wel hebben, want zo is het natuurlijk ook wel weer.