We gingen naar het zwembad. Tom voor het eerst met zijn B-diploma op zak en Fleur en Emma keurig met hun zwemvleugeltjes om. Knalroze, van Hello Kitty, want dat vinden ze leuk. We plonsden in het water, spetterden elkaar nat. Tussendoor aten we kaasstengels en krentenbollen en snackten we een zakje chippies weg.
En toen werd het tijd om naar huis te gaan. We zetten Fleur en Emma op de kant, Tom mocht nog heel even doorspelen. We pakten de opblaaskrokodil om die leeg te laten lopen. Fleur draalde een beetje en Emma stond boos naast me: ze wilde nog niet naar huis. Ik draaide me om en pakte iets op. Daarna draaide ik me terug. Het duurde nog geen seconde, maar ineens was kleine Emma helemaal nergens meer te bekennen.
We splitsten meteen op, al snel zag ik dat Emma echt niet in ons gedeelte van het bad kon zijn. Thijs kwam terug, hij zag haar ook nergens. We splitsten weer op en zochten verder. Maar we vonden haar niet. Ondertussen zette Fleur, die ik aan haar hand meesleurde, het op een huilen. Ik sprak een badjuf aan, zij gaf het door aan haar collega’s.
Wij zochten verder en ik irriteerde me een beetje omdat ik geen enkele badmeester of -juf in paniek zag rondrennen. Logisch, want zij bleven natuurlijk keurig op hun posten om het hele bad te kunnen overzien. Maar toch.
Een hele lange tijd -waarschijnlijk een halve minuut- later, zag ik Thijs weer. Met Emma op zijn arm. Ze was weggelopen omdat ze niet naar huis wilde. Zucht. Eigenwijs ding. Eigenwijs, lief, schattig, ongelooflijk eigenwijs ding.
Wat was ik blij toen we gewoon weer met ons vijfjes naar huis reden.





